Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1323.
Op 21 mei 2014 omstreeks 13.30 uur stond ik op de weg voor mijn woning aan de [a-straat 2] te [plaats] en ik keek in de richting van de afgaande nummers de straat in. Ik zag verderop in de straat een auto stilstaan met vier personen bij de auto. Na ongeveer tien minuten zijn mijn man en ik met onze auto weggegaan om naar Zevenaar te rijden. Toen we voorbij de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] reden, zag ik de auto weer staan die ik even daarvoor op de weg had zien staan. Ik zag vier personen bij de achterdeur van de woning staan. Mijn man zei: "Daar wordt ingebroken."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25b40307216fc94ec33ac2670d8fd755688858bd94580e518f9498c933a16414. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25b40307216fc94ec33ac2670d8fd755688858bd94580e518f9498c933a16414, en de alinea staat in dat document op bytes 11182 tot 11775.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/25b40307216fc94ec33ac2670d8fd755688858bd94580e518f9498c933a16414 | shasum -a 256