Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 4.3. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1323.

Het Hof heeft in zijn bewijsoverweging gemotiveerd op grond waarvan naar zijn oordeel het tenlastegelegde medeplegen bewezen is. Blijkens zijn overweging is het Hof onder meer uitgegaan van de volgende feiten en omstandigheden. Verdachte is samen met drie mededaders in een auto naar de woning gereden, waar zij de auto op de oprit hebben geparkeerd. Vervolgens zijn zij gezamenlijk rondom de woning gelopen en zijn zij samen gezien bij de achterdeur waarop braaksporen zijn aangetroffen. Nadat zij door een buurman bij de achterdeur van de woning waren opgemerkt, zijn zij gezamenlijk vertrokken in een auto met op de achterzitting inbrekerswerktuig dat overeenkomsten vertoonde met de bij de woning achtergelaten sporen. Blijkens zijn nadere overweging heeft het Hof voorts vastgesteld en derhalve kennelijk van belang geacht dat de verdachte geen verklaring heeft gegeven voor zijn aanwezigheid bij de woning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25b40307216fc94ec33ac2670d8fd755688858bd94580e518f9498c933a16414. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25b40307216fc94ec33ac2670d8fd755688858bd94580e518f9498c933a16414, en de alinea staat in dat document op bytes 34965 tot 35890.