Citaat | Hoge Raad 28 juni 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 28 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1324.
Ingevolge artikel 98, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering mogen bij personen met een bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering zonder hun toestemming brieven of andere geschriften tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt, niet in beslag worden genomen. Wel mogen, ook zonder hun toestemming, in beslag worden genomen brieven of geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend (ook wel genoemd corpora et instrumenta delicti). Deze vormen geen object van het verschoningsrecht. Dit is op zichzelf niet anders als, zoals in de onderhavige zaak, geheimhouderstukken bij een derde, in casu [medeklager] , in beslag zijn genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/565ffc18cf637ea024e132457b40073e62b254f7503430aa437e3417f61fb61f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 565ffc18cf637ea024e132457b40073e62b254f7503430aa437e3417f61fb61f, en de alinea staat in dat document op bytes 8652 tot 9411.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/565ffc18cf637ea024e132457b40073e62b254f7503430aa437e3417f61fb61f | shasum -a 256