Citaat | Hoge Raad 28 juni 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 28 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1324.
De vraag die hier gesteld en beantwoord dient te worden, is of de geheimhoudingsplicht van de betrokken advocaat zich uitstrekt tot de onder [medeklager] inbeslaggenomen bescheiden en of deze daarmee object vormen van de bevoegdheid tot verschoning. De aard van de hier aan de orde zijnde bevoegdheid tot verschoning brengt mee dat het oordeel omtrent de vraag of brieven of geschriften object van de bevoegdheid tot verschoning zijn, in beginsel toekomt aan de tot verschoning bevoegde persoon. Wanneer deze zich op het standpunt stelt dat het gaat om brieven of geschriften die noch voorwerp van het strafbare feit uitmaken noch tot het begaan daarvan hebben gediend en waarvan kennisneming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim, dient dit standpunt door de organen van politie en justitie te worden geëerbiedigd, tenzij er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat dit standpunt onjuist is (HR 29 juni 2004, NJ2005, 273).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/565ffc18cf637ea024e132457b40073e62b254f7503430aa437e3417f61fb61f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 565ffc18cf637ea024e132457b40073e62b254f7503430aa437e3417f61fb61f, en de alinea staat in dat document op bytes 9421 tot 10375.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/565ffc18cf637ea024e132457b40073e62b254f7503430aa437e3417f61fb61f | shasum -a 256