Citaat | Hoge Raad 28 juni 2016

Onder 2.3.2. Hoge Raad 28 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1324.

De Rechtbank die naar aanleiding van een op de voet van art. 552a Sv ingediend klaagschrift moet oordelen over de vraag of in beslag genomen brieven of geschriften voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend, zal zich daaromtrent aan de hand van de stukken en het onderzoek in raadkamer een eigen, zelfstandig oordeel moeten vormen. Voor zover dat noodzakelijk is voor de beoordeling van het klaagschrift, mag de Rechtbank eveneens van de betreffende stukken kennisnemen. Het vorenstaande geldt evenzeer voor de situatie waarin de Rechtbank naar aanleiding van een op de voet van art. 552a Sv ingediend klaagschrift moet oordelen of zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan het belang dat de waarheid aan het licht komt, moet prevaleren boven het verschoningsrecht (vgl. HR 15 mei 2007, ECLI:NL:2007:BA0491, NJ 2007/300).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/565ffc18cf637ea024e132457b40073e62b254f7503430aa437e3417f61fb61f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 565ffc18cf637ea024e132457b40073e62b254f7503430aa437e3417f61fb61f, en de alinea staat in dat document op bytes 18057 tot 18954.