Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.8. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1325.
Uit dat arrest volgt dat de oplegging van een levenslange gevangenisstraf aan meerderjarige verdachten op zichzelf niet onverenigbaar is met art. 3 EVRM en evenmin met enige andere bepaling van dat verdrag. Dat zou in het bijzonder in het licht van de in art. 3 EVRM vervatte waarborg anders kunnen zijn indien die straf als "irreducible" moet worden beschouwd. Een factor die daarbij in aanmerking moet worden genomen is of in het nationale recht is voorzien in de mogelijkheid om de duur van die straf te verkorten. De verdachte aan wie de straf wordt opgelegd mag niet ieder perspectief op vrijlating worden onthouden. Het enkele feit dat de duur van de straf in een concreet geval ook de facto levenslang is, brengt echter niet mee dat de straf in dat geval als "irreducible" heeft te gelden en met art. 3 EVRM niet zou zijn te verenigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b43d7a9c8bbb03329e92fb7c3f989a69156db44bebcf065324c46d00bf448346. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b43d7a9c8bbb03329e92fb7c3f989a69156db44bebcf065324c46d00bf448346, en de alinea staat in dat document op bytes 19568 tot 20423.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b43d7a9c8bbb03329e92fb7c3f989a69156db44bebcf065324c46d00bf448346 | shasum -a 256