Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.10. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1325.
Wat betreft de in Nederland bestaande mogelijkheden "to take proceedings", als bedoeld in art. 5, vierde lid, EVRM ten aanzien van de (verdere) tenuitvoerlegging van een opgelegde levenslange gevangenisstraf, en de daarmee verband houdende mogelijkheid tot verkorting van die straf, geldt ook thans nog hetgeen tot uitdrukking is gebracht in het arrest van de Hoge Raad van 9 maart 1999, LJN ZD1464, NJ 1999, 435. Aan de veroordeelde kan, ook na oplegging van een levenslange gevangenisstraf, gratie worden verleend, terwijl deze voorts het oordeel van de burgerlijke rechter kan inroepen omtrent de rechtmatigheid van de (verdere) tenuitvoerlegging van die straf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b43d7a9c8bbb03329e92fb7c3f989a69156db44bebcf065324c46d00bf448346. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b43d7a9c8bbb03329e92fb7c3f989a69156db44bebcf065324c46d00bf448346, en de alinea staat in dat document op bytes 21385 tot 22063.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b43d7a9c8bbb03329e92fb7c3f989a69156db44bebcf065324c46d00bf448346 | shasum -a 256