Citaat | Hoge Raad 28 juni 2016
Onder 2.2.2. Hoge Raad 28 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1333.
Artikel 9 AWR bepaalt op welke wijze en binnen welke termijnen een aangifte moet worden gedaan. Is eenmaal een belastingaanslag opgelegd dan wordt een nadien doch binnen de wettelijke termijn voor bezwaar ingekomen aangiftebiljet aangemerkt als een bezwaarschrift tegen de aanslag. Een na aanslagoplegging ingediend aangiftebiljet kan daarom niet meer gelden als een (tijdige) aangifte als bedoeld in de wet. Derhalve is het namens verdachte later opgestelde aangiftebiljet geen aangifte als voorzien bij hoofdstuk II AWR en is de uitzondering van artikel 69, lid 4 AWR niet van toepassing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e55fe8e723a75447668231602de072bc530f518f5845b3aacebe4cf82736e07f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e55fe8e723a75447668231602de072bc530f518f5845b3aacebe4cf82736e07f, en de alinea staat in dat document op bytes 10116 tot 10719.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e55fe8e723a75447668231602de072bc530f518f5845b3aacebe4cf82736e07f | shasum -a 256