Citaat | Hoge Raad 28 juni 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 28 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1333.

"1. Degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doet, niet binnen de daarvoor gestelde termijn doet, dan wel een der feiten begaat, omschreven in artikel 68, tweede lid, onderdeel a, b, d, e, f of g, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e55fe8e723a75447668231602de072bc530f518f5845b3aacebe4cf82736e07f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e55fe8e723a75447668231602de072bc530f518f5845b3aacebe4cf82736e07f, en de alinea staat in dat document op bytes 14448 tot 14955.