Citaat | Hoge Raad 28 juni 2016

Onder 2.3.1. Hoge Raad 28 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1334.

Kort gezegd is het Hof uitgegaan van de volgende gang van zaken. In de nacht van 22 op 23 oktober 2011 hebben de verdachte en zijn medeverdachte met behulp van een metalen pijp, kruit en een lont een explosief gefabriceerd en met ducttape aan een flitspaal te Voorschoten opgehangen. De lont werd nog niet aangestoken, omdat de verdachte later op de fiets zou terugkomen om dat te doen. Toen zij dit bespraken zei de medeverdachte tegen de verdachte dat dit plan "hartstikke gevaarlijk" was, omdat het explosief onbeheerd achter zou blijven. Op het moment dat de verdachte per fiets terugkwam en een auto met oranje lampen bij de flitspaal zag staan, dacht hij dat het een politieauto was en is hij weggegaan. De ondertussen ter plaatse gekomen politieambtenaren besloten na overleg met de EOD het projectiel niet zelf te verwijderen. Nadat ook de EOD ter plaatse was gekomen, werd besloten om het projectiel te ontmantelen. Daartoe is het projectiel van de flitspaal verwijderd en de ontsteking gescheiden van de lading. Vervolgens is het explosief geopend. Op het moment dat de onderdelen gereed waren om te worden verpakt voor vervoer, was het explosief volgens de ploegcommandant van de EOD, [slachtoffer 2], veilig genoeg om door een medewerker van de Forensische Opsporing, [slachtoffer 3], te laten bekijken. [slachtoffer 3], [slachtoffer 2] en de tweede man van de EOD, [slachtoffer 1], liepen daarop naar het explosief om het te bemonsteren. Geen van hen droeg op dat moment nog beschermende kleding. Er werden monsters van de kruitlading veiliggesteld en de onderdelen van het explosief werden gereed gemaakt voor vervoer. Toen [slachtoffer 1] daarmee bezig was, merkte hij dat er toch nog kruit uit de pijp kwam. [slachtoffer 1] schudde deze kruitresten uit de pijp, welke kruitresten werden opgevangen in een plastic zak. Tijdens dan wel rondom deze laatste handeling vond een explosie plaats. De exacte oorzaak van de explosie is nooit vastgesteld. Bij de explosie raakten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaargewond. De rechterhand van [slachtoffer 1] werd door de explosie deels weggeslagen en hij liep ernstig letsel op aan zijn ogen. [slachtoffer 2] raakte aanvankelijk gewond aan zijn ogen en ernstig gewond aan zijn trommelvliezen. Ook [slachtoffer 3] raakte gewond aan zijn ogen en zijn gehoor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dfaebc7fdf9910b62cf0c1b83d1a6f37da101efa1c644ceb016c03451fb399f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dfaebc7fdf9910b62cf0c1b83d1a6f37da101efa1c644ceb016c03451fb399f, en de alinea staat in dat document op bytes 10622 tot 12952.