Citaat | Hoge Raad 28 juni 2016

Onder 2.3.2. Hoge Raad 28 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1334.

Deze explosie is, met de zich daarbij voorgedane gevolgen, door de handelingen van de verdachten redelijkerwijs aan de verdachten toe te rekenen. Door immers een zoals hiervoor omschreven gevaarlijk voorwerp op een flitspaal aan de openbare weg, waar nog verkeer reed, te bevestigen terwijl dit voorwerp zichtbaar was voor anderen en vervolgens weg te gaan, was te voorzien dat anderen zich onder de in de bewijsmiddelen beschreven omstandigheden met het explosief zouden gaan bezighouden. De mogelijkheid dat daarbij een fysieke stimulus zou worden uitgeoefend op de bom – waardoor deze tot explosie zou kunnen komen – hadden de verdachten kunnen en moeten voorzien. Zoals hiervoor overwogen heeft [de medeverdachte] dat gevaar ook onderkend en [de verdachte] daarop gewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dfaebc7fdf9910b62cf0c1b83d1a6f37da101efa1c644ceb016c03451fb399f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dfaebc7fdf9910b62cf0c1b83d1a6f37da101efa1c644ceb016c03451fb399f, en de alinea staat in dat document op bytes 13658 tot 14451.