Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016
Onder 2.3.5. Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1350.
Ten slotte heeft het Hof geoordeeld dat gelet op de omstandigheid dat artikel 10a van de Wet betrekking heeft op concernverhoudingen, uitsluitend de vrijheid van vestiging aan de orde is. Het Hof is verder veronderstellenderwijs ervan uitgegaan dat sprake is van een belemmering van de vrijheid van vestiging als bedoeld in artikel 43 EG (thans artikel 49 VWEU). Volgens het Hof worden de gedragingen van belanghebbende in beginsel geacht geen verband te houden met de economische realiteit en te zijn gericht op misbruik, te weten uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag. De eisen die in de tegenbewijsregeling van artikel 10a, lid 3, van de Wet worden gesteld zijn niet dusdanig bezwarend dat strijd ontstaat met het recht van de Unie, aldus het Hof. Het Hof heeft op grond van dit een en ander geoordeeld dat op de rente artikel 10a, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4928bc680d7d8c3397f32ca1d5ed0349ef2fd2105fb71cbebb99aec373442566. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4928bc680d7d8c3397f32ca1d5ed0349ef2fd2105fb71cbebb99aec373442566, en de alinea staat in dat document op bytes 15212 tot 16128.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4928bc680d7d8c3397f32ca1d5ed0349ef2fd2105fb71cbebb99aec373442566 | shasum -a 256