Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 2.6.3. Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1350.

In de tweede plaats heeft een belastingplichtige, en in het onderhavige geval een concern, de vrijheid zijn economische belangen en (financiële) middelen onder te brengen in een in Nederland gevestigde vennootschap, ook al wordt die keuze bepaald door omstandigheden die zijn gelegen in de sfeer van de belastingheffing. Anders dan met betrekking tot de hiervoor vermelde inbreuk op de vrijheid van de belastingplichtige met betrekking tot de keuze van zijn financieringsstructuur, blijkt uit de parlementaire behandeling van artikel 10a van de Wet niet dat met de invoering van die bepaling beoogd is deze tweede vrijheid te beperken. Hierom moet ervan worden uitgegaan dat de omstandigheid dat de Nederlandse vennootschap door het concern om fiscale redenen is ingeschakeld, voor de in het kader van artikel 10a, lid 3, letter a, van de Wet plaats vindende beoordeling van de beweegredenen van de desbetreffende rechtshandeling en de geldlening niet van belang is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4928bc680d7d8c3397f32ca1d5ed0349ef2fd2105fb71cbebb99aec373442566. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4928bc680d7d8c3397f32ca1d5ed0349ef2fd2105fb71cbebb99aec373442566, en de alinea staat in dat document op bytes 20433 tot 21413.