Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 2.7.2. Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1350.

Het Hof heeft deze wetsgeschiedenis aldus verstaan dat de toets of sprake is van een compenserende heffing in beginsel moet plaatsvinden bij de vennootschap die de rente rechtstreeks ontvangt. Dit zou, aldus het Hof, alleen dan anders zijn als deze vennootschap “een (afdwingbare) verplichting heeft om de inkomsten direct door te stoten naar de achterliggende aandeelhouder” (bedoeld zal zijn: crediteur). Dit houdt volgens het Hof in dat die vennootschap/crediteur fungeert als “doorgeefluik” van de ontvangen rente. In de opvatting van het Hof zou slechts in een dergelijk geval de toets moeten plaatsvinden bij die achterliggende crediteur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4928bc680d7d8c3397f32ca1d5ed0349ef2fd2105fb71cbebb99aec373442566. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4928bc680d7d8c3397f32ca1d5ed0349ef2fd2105fb71cbebb99aec373442566, en de alinea staat in dat document op bytes 25072 tot 25738.