Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016
Onder 2.8.4. Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1350.
In zijn arresten van 24 juni 2011, nr. 09/05115, ECLI:NL:HR:2011:BN3537, BNB 2011/244, en van 21 september 2012, nr. 10/05268, ECLI:NL:HR:2012:BT5858, BNB 2013/15, heeft de Hoge Raad deze verklaring voor recht aldus uitgelegd dat de artikelen 43 en 48 EG zich niet alleen niet verzetten tegen het (aan ingezeten vennootschappen voorbehouden van het) uit het wezen van de fiscale eenheid voortvloeiende gevolg dat verliezen binnen de fiscale eenheid kunnen worden gecompenseerd, maar evenmin tegen andere verschillen in behandeling die bij de vaststelling van de aanslag voortvloeien uit de consolidatie. Met deze arresten heeft de Hoge Raad het belastingplichtigen niet toegestaan met een beroep op de vrijheid van vestiging naar believen de voordelen van afzonderlijke elementen die rechtstreeks samenhangen met het wezen van de fiscale eenheid (de consolidatie) deelachtig te worden. Daarmee heeft de Hoge Raad de zogenoemde ‘per-elementbenadering’ verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4928bc680d7d8c3397f32ca1d5ed0349ef2fd2105fb71cbebb99aec373442566. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4928bc680d7d8c3397f32ca1d5ed0349ef2fd2105fb71cbebb99aec373442566, en de alinea staat in dat document op bytes 41112 tot 42090.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4928bc680d7d8c3397f32ca1d5ed0349ef2fd2105fb71cbebb99aec373442566 | shasum -a 256