Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.3. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1388.
Eén van de verbalisanten vroeg de verdachte naar zijn rij- en kentekenbewijs. De verdachte antwoordde hierop dat hij niks bij zich had. Door de verbalisant gevraagd of de verdachte iets anders bij zich had waar zijn naam op stond, heeft de verdachte zijn bankpasje met daarop zijn voorletters en achternaam overhandigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd89c9450ac5aa8709c87660e824814f2923b943c6b4057e5fad87bacf7ac2dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd89c9450ac5aa8709c87660e824814f2923b943c6b4057e5fad87bacf7ac2dd, en de alinea staat in dat document op bytes 10621 tot 10954.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd89c9450ac5aa8709c87660e824814f2923b943c6b4057e5fad87bacf7ac2dd | shasum -a 256