Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.6. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1388.
Zelfs indien ervan wordt uitgegaan dat sprake is van een vormverzuim waarop art. 359a Sv toepassing dient te vinden, is het oordeel van het Hof dat bewijsuitsluiting het rechtsgevolg moet zijn van dit verzuim niet naar behoren met redenen omkleed. In het bijzonder is het oordeel dat sprake is van een zo ingrijpende inbreuk op een grondrecht van de verdachte dat toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk moet worden geacht niet zonder meer begrijpelijk in het licht van de door het Hof vastgestelde feiten en omstandigheden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd89c9450ac5aa8709c87660e824814f2923b943c6b4057e5fad87bacf7ac2dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd89c9450ac5aa8709c87660e824814f2923b943c6b4057e5fad87bacf7ac2dd, en de alinea staat in dat document op bytes 18905 tot 19449.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd89c9450ac5aa8709c87660e824814f2923b943c6b4057e5fad87bacf7ac2dd | shasum -a 256