Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 3.1.1 Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1389.

Art. 407 lid 3 Rv bepaalt dat de eiser is gehouden in het exploot van dagvaarding op straffe van nietigheid een advocaat bij de Hoge Raad aan te wijzen die hem in het geding zal vertegenwoordigen. Art. 9j lid 1 Advocatenwet bepaalt dat een advocaat bij de Hoge Raad een onvoorwaardelijk ingeschreven advocaat is als bedoeld in art. 1 lid 2 Advocatenwet, van wie uit de aantekening op het tableau blijkt dat hij tevens de hoedanigheid van advocaat bij de Hoge Raad heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3123437d53d6411a75e779b9fd27a16508a8db51dec28c08dcefd7bcaee02fba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3123437d53d6411a75e779b9fd27a16508a8db51dec28c08dcefd7bcaee02fba, en de alinea staat in dat document op bytes 8297 tot 8780.