Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 3.4.1 Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1389.
Op grond van art. 226 Rv wordt het geding van rechtswege geschorst doordat de gestelde advocaat overlijdt of doordat hij zijn hoedanigheid van advocaat verliest, tenzij de datum van de uitspraak al is bepaald. Proceshandelingen die zijn verricht nadat de schorsing is ingetreden, zijn nietig (art. 226 lid 2 in verbinding met art. 225 lid 3 Rv). Voor een geslaagd beroep op nietigheid is vereist dat de partij die de nietigheid inroept, is benadeeld doordat de procedure niet is stilgelegd en aldus is getroffen in het belang dat art. 226 Rv beoogt te beschermen. Deze regeling strekt ertoe een partij te beschermen tegen de gevolgen van het feit dat zij na het overlijden van de gestelde advocaat of na het verlies van de hoedanigheid van de gestelde advocaat niet langer in de procedure is vertegenwoordigd, van welk feit zij niet altijd op de hoogte zal zijn, zonder dat haar dit valt toe te rekenen. De regeling is volgens art. 418a Rv van overeenkomstige toepassing in cassatie. (Vgl. HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2915, NJ 2012/514; HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:146, NJ 2014/71)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3123437d53d6411a75e779b9fd27a16508a8db51dec28c08dcefd7bcaee02fba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3123437d53d6411a75e779b9fd27a16508a8db51dec28c08dcefd7bcaee02fba, en de alinea staat in dat document op bytes 12395 tot 13507.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3123437d53d6411a75e779b9fd27a16508a8db51dec28c08dcefd7bcaee02fba | shasum -a 256