Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 3.4.3 Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1389.

Het voorgaande geeft aanleiding om te oordelen dat het geding overeenkomstig art. 226 Rv van rechtswege wordt geschorst doordat de door de eiser of door de verweerder gestelde advocaat bij de Hoge Raad de hoedanigheid van advocaat bij de Hoge Raad verliest. Schorsing vindt overeenkomstig art. 225 lid 4 Rv echter niet meer plaats indien het verlies van de hoedanigheid van advocaat bij de Hoge Raad intreedt nadat de termijn voor indiening van een reactie op de conclusie van de Procureur-Generaal (art. 44 lid 3 Rv) is verstreken en een datum voor uitspraak is bepaald (vgl. HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:675, NJ 2015/305).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3123437d53d6411a75e779b9fd27a16508a8db51dec28c08dcefd7bcaee02fba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3123437d53d6411a75e779b9fd27a16508a8db51dec28c08dcefd7bcaee02fba, en de alinea staat in dat document op bytes 14256 tot 14898.