Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.4. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1391.
De verdachte wist niet wat [betrokkene 11] met de [A] vennootschappen deed, laat staan dat zij wist dat zij een bijdrage zou leveren aan het aanbieden van obligaties dan wel aan het aantrekken van opvorderbare gelden zonder de daarvoor vereiste vergunningen. De verdachte heeft niet opzettelijk de bedrijven en rekeningen op haar naam gezet zodat [betrokkene 11] obligaties kon aanbieden en opvorderbare gelden kon aantrekken zonder daarvoor vereiste vergunningen en evenmin heeft zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit zou gebeuren. Zij heeft immers alleen ingestemd met de gang van zaken nadat haar was verzekerd dat haar niets zou kunnen overkomen. De raadsman heeft om die reden vrijspraak bepleit van de onder 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde feiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/424dcd89f0a73aaa33437e040668fbe4882c361f60036b756c062f07f13f0b75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 424dcd89f0a73aaa33437e040668fbe4882c361f60036b756c062f07f13f0b75, en de alinea staat in dat document op bytes 47396 tot 48178.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/424dcd89f0a73aaa33437e040668fbe4882c361f60036b756c062f07f13f0b75 | shasum -a 256