Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1391.

Mijn man vroeg aan mij of ik mij wilde inschrijven bij de Kamer van Koophandel als bestuurder. Ik heb dat toen gedaan. Ik heet [verdachte] . Ik heb wel eens wat getekend. Ik moest van [betrokkene 11] wel eens geld pinnen. Ik deed de bonusbetalingen. Ik kreeg een lijst van [betrokkene 11] , ik gaf deze aan de bank en tekende een blanco papiertje zodat die mensen konden betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/424dcd89f0a73aaa33437e040668fbe4882c361f60036b756c062f07f13f0b75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 424dcd89f0a73aaa33437e040668fbe4882c361f60036b756c062f07f13f0b75, en de alinea staat in dat document op bytes 14164 tot 14556.