Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 2.2.1. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1392.

"hij op of omstreeks 1 februari 2006 in Nederland, een koopovereenkomst (D-0316), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk en in strijd met de waarheid in die koopovereenkomst in artikel 6, onder b de tekst opgenomen: "Hij is voornemens het verkochte te gebruiken als beleggingsobject bestemd voor de verhuur en - voor zoveel het de woningen betreft - verkoop na het einde van de huurovereenkomst", terwijl in werkelijkheid [Y] BV ten tijde van het opmaken van die koopovereenkomst niet het voornemen heeft gehad het gekochte als belegging te gebruiken en het voornemen had het gekochte binnen zeer korte tijd door te verkopen en verdachte, ten tijde van het opmaken van die koopovereenkomst, dit wist, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e960fe6c5c3ae1cb906dd22f7bbfd48085ad0f1a7d9c033bd1fb200cf035a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e960fe6c5c3ae1cb906dd22f7bbfd48085ad0f1a7d9c033bd1fb200cf035a8, en de alinea staat in dat document op bytes 7255 tot 8176.