Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 2.7.5. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1392.

[medeverdachte 1] zat in het eerste gesprek niet namens zichzelf maar namens 'n vennootschap van hem. Wat in het eerste gesprek door [medeverdachte 1] is gesteld is in ieder geval dat hij betrokken was bij een aanstaande aankoop van onroerend goed van Philips. Ik weet dat hij mij een aantal ordners heeft overhandigd om de zaak eigen te maken. In de ordners zat een beschrijving van het onroerend goed en een brief van Fortis. Volgens mij zaten in de ordners de eigendomsbewijzen van Philips, de splitsingsaktes in appartementsrechten, erfpachtakten en de brief van Fortis gericht aan volgens mij [medeverdachte 1] . [betrokkene 3] is de fiscalist van [medeverdachte 1] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e960fe6c5c3ae1cb906dd22f7bbfd48085ad0f1a7d9c033bd1fb200cf035a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e960fe6c5c3ae1cb906dd22f7bbfd48085ad0f1a7d9c033bd1fb200cf035a8, en de alinea staat in dat document op bytes 24536 tot 25235.