Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.2.3. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1392.
[Y] heeft echter geen enkele intentie om het pakket te gebruiken als beleggingsobject, al dan niet met uitponden. [Y] koopt het pakket en verkoopt hetzelfde pakket binnen enkele minuten door aan [D] BV (een vennootschap van de medeverdachte [medeverdachte 1] ) en maakt daarbij een winst van € 2 miljoen. De verdachte treedt bij beide transacties op als notaris, de verkoop is in de maanden daaraan voorafgaand besproken en voorbereid met de medeverdachte [medeverdachte 1] en zijn belastingadviseur [betrokkene 3] . De verdachte weet dan ook, bij het opmaken van de koopovereenkomst tussen Philips en [Y] , dat het in wezen de medeverdachte [medeverdachte 1] is die het pakket van Philips koopt, [Y] is er door de medeverdachte
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e960fe6c5c3ae1cb906dd22f7bbfd48085ad0f1a7d9c033bd1fb200cf035a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e960fe6c5c3ae1cb906dd22f7bbfd48085ad0f1a7d9c033bd1fb200cf035a8, en de alinea staat in dat document op bytes 38426 tot 39184.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47e960fe6c5c3ae1cb906dd22f7bbfd48085ad0f1a7d9c033bd1fb200cf035a8 | shasum -a 256