Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.3. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1403.
Ik zat op 8 juni 2014 in mijn kantoor. Dat is 2 hoog boven mijn woning. Ik heb twee manspersonen gezien. Het was licht, de zon was net opgekomen. Het was na 4 uur 's morgens. Het was vroeg in de ochtend. Ik hield die twee in de gaten. Ik zat voor het raam. Mijn bureau staat voor het raam. Ik zag het tweetal op het plein, bij het plantsoen staan. De reden om ze in de gaten te houden? Ze waren ontzettend om zich heen aan het kijken. Ik heb daarom een foto gemaakt. De man met de zwarte jas was geïnteresseerd in het voertuig en keek naar het voertuig. De andere man keek in de richting van het plein om te zien of er mensen waren die zagen wat zij aan het doen waren. Ik zag dat ze geïnteresseerd waren in een VW Passat. Ik herkende deze auto als de auto van de buurman. Het klopte niet, deze combinatie, deze personen bij die auto.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c25e9c6e4357bd4ddb80250a1ca69ad385d9b14c772b97d310931477d2e40e22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c25e9c6e4357bd4ddb80250a1ca69ad385d9b14c772b97d310931477d2e40e22, en de alinea staat in dat document op bytes 12575 tot 13424.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c25e9c6e4357bd4ddb80250a1ca69ad385d9b14c772b97d310931477d2e40e22 | shasum -a 256