Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.2.3. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1411.
Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachte raad' moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. De verdachte moet aldus de gelegenheid hebben gehad over de betekenis en de gevolgen van de voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te hebben gegeven (ECLI:NL:HR:2015:122)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e34b42e3feeb5b2085ad105c08a95299155800a4c890cad1ba79aedc91e8cb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e34b42e3feeb5b2085ad105c08a95299155800a4c890cad1ba79aedc91e8cb6, en de alinea staat in dat document op bytes 7070 tot 7539.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3e34b42e3feeb5b2085ad105c08a95299155800a4c890cad1ba79aedc91e8cb6 | shasum -a 256