Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 3.3 Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1431.

“1) Artikel 34, punt 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd dat het feit dat een in een lidstaat gegeven beslissing in strijd met het Unierecht is, niet rechtvaardigt dat deze beslissing niet wordt erkend in een andere lidstaat wegens strijdigheid met de openbare orde van laatstbedoelde staat wanneer de aangevoerde onjuiste rechtstoepassing geen kennelijke schending vormt van een rechtsregel die van essentieel belang wordt geacht in de rechtsorde van de Unie en dus van de aangezochte lidstaat, of van een in die rechtsordes als fundamenteel erkend recht. Dat is niet het geval bij een onjuiste toepassing van een bepaling als artikel 5, lid 3, van richtlijn 89/104/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, zoals gewijzigd bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f460a5c619e200182b3f22dce8fb981e0e8b1b6001ae6bc03b553ff6da8a98c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f460a5c619e200182b3f22dce8fb981e0e8b1b6001ae6bc03b553ff6da8a98c6, en de alinea staat in dat document op bytes 10012 tot 11073.