Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 4.1 Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1431.

Diageo heeft betoogd dat de art. 6 EVRM en 14 IVBPR en de taakverdeling tussen het HvJEU en de Hoge Raad zich ertegen verzetten dat de Hoge Raad zich gebonden acht aan de oordelen van het HvJEU in het prejudiciële arrest. Daartoe heeft Diageo in de eerste plaats aangevoerd, samengevat weergegeven, dat het HvJEU heeft miskend dat de Hoge Raad in het tussenarrest bepaalde feiten tot uitgangspunt heeft genomen ten aanzien van de vraag of de Bulgaarse rechters hebben blijk gegeven van een bewuste en manifeste schending van het Unierecht, en dat de overwegingen van het HvJEU in het prejudiciële arrest over de verplichting tot het aanwenden van rechtsmiddelen in Bulgarije, onverenigbaar zijn met vaste rechtspraak van het EHRM. In de tweede plaats heeft Diageo betoogd dat het HvJEU ten onrechte het verzoek van Diageo om heropening van de mondelinge behandeling van de zaak heeft afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f460a5c619e200182b3f22dce8fb981e0e8b1b6001ae6bc03b553ff6da8a98c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f460a5c619e200182b3f22dce8fb981e0e8b1b6001ae6bc03b553ff6da8a98c6, en de alinea staat in dat document op bytes 12569 tot 13478.