Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 5.1.3 Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1431.

Volgens het HvJEU dient de rechter van de aangezochte lidstaat die nagaat of sprake is van een kennelijke schending van de openbare orde in de zin van art. 34, aanhef en onder 1, EEX-Vo, ermee rekening te houden dat de justitiabelen de plicht hebben alle rechtsmiddelen die in de lidstaat van herkomst van de beslissing beschikbaar zijn, aan te wenden om een dergelijke schending in een eerder stadium te voorkomen. Dit is alleen anders indien sprake is van bijzondere omstandigheden die het te moeilijk of onmogelijk maken de rechtsmiddelen in de lidstaat van herkomst aan te wenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f460a5c619e200182b3f22dce8fb981e0e8b1b6001ae6bc03b553ff6da8a98c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f460a5c619e200182b3f22dce8fb981e0e8b1b6001ae6bc03b553ff6da8a98c6, en de alinea staat in dat document op bytes 23504 tot 24101.