Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016
Onder 3.2.4 Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1434.
Ad (a) [verzoeker] heeft betoogd dat de kwijtschelding van art. 14.3 SPA geheel op zichzelf staat en voortvloeit uit de kort voordien gebleken noodtoestand bij DAE (…). Dit is niet aannemelijk. Het ligt in het algemeen geenszins voor de hand dat de enkele omstandigheid dat een schuldenaar in een noodtoestand blijkt te verkeren, voor een schuldeiser die in een zakelijke relatie tot de schuldenaar staat, reden is om bij schriftelijke overeenkomst zijn vordering op de schuldenaar kwijt te schelden zonder dat daar iets tegenover staat. [verzoeker] heeft niets gesteld op grond waarvan dat in dit geval toch aannemelijk kan worden geacht. Daarom moet worden aangenomen dat de kwijtschelding van art. 14.3 SPA verband houdt met de in art. 7.1 en 7.2 SPA opgenomen bedingen in die zin dat laatstbedoelde bedingen verbintenissen in het leven roepen tot het verrichten van tegenprestaties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d01cfe6213c070b4bc2d971f6e9a4797ea409422672d4d214fc11e27dd8e9abd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d01cfe6213c070b4bc2d971f6e9a4797ea409422672d4d214fc11e27dd8e9abd, en de alinea staat in dat document op bytes 22882 tot 23783.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d01cfe6213c070b4bc2d971f6e9a4797ea409422672d4d214fc11e27dd8e9abd | shasum -a 256