Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 2.9 Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1434.

Ten overvloede overweegt het Hof dat het bij zijn eerder gegeven oordeel blijft dat de inhoud van art. 5 Kredietovereenkomst een aanwijzing vormt dat Korpodeko de betrokkenheid van [verzoeker] als schuldeiser bij DEA van belang achtte. Korpodeko was partij bij de Kredietovereenkomst en heeft in die overeenkomst een beding opgenomen over het aandeelhouderschap en de feitelijke zeggenschap in DAE. Dat levert een aanwijzing op dat Korpodeko de betrokkenheid van [verzoeker] bij DAE van belang achtte. Daaraan doet niet af dat [verzoeker] geen partij is bij de Kredietovereenkomst en ook niet dat Korpodeko met langer aan haar vordering ten grondslag legt dat [verzoeker] de boete heeft verbeurd door in strijd met art. 5 Kredietovereenkomst te handelen Indien [verzoeker] niet bekend was met de inhoud van de Kredietovereenkomst, zoals hij heeft gesteld, doet ook dat niet aan het voorgaande af, wat er verder zij van de aannemelijkheid van die stelling.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d01cfe6213c070b4bc2d971f6e9a4797ea409422672d4d214fc11e27dd8e9abd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d01cfe6213c070b4bc2d971f6e9a4797ea409422672d4d214fc11e27dd8e9abd, en de alinea staat in dat document op bytes 30267 tot 31238.