Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 3.5.1 Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1434.

Onderdeel I.A.2 is gericht tegen rov. 2.8 onder (b)-(d) van het tussenvonnis en rov. 2.1 onder (b)-(d) van het eindvonnis, waarin het hof op diverse gronden aannemelijk acht dat [verzoeker] een eigen belang of baat had bij de nakoming van art. 7.1 en 7.2 van de SPA, en dat dit belang niet is beperkt tot de door [verzoeker] gestelde ‘morele baat’. Het onderdeel klaagt (onder 2.18, 2.22, 2.28 en 2.34) dat de overwegingen van het hof irrelevant zijn voor de vraag of [verzoeker] art. 4 van de Achterstellingsovereenkomst heeft geschonden, nu deze bepaling slechts ziet op de daarin gespecificeerde geldleningen van [verzoeker] en BBPM aan DAE, en niet op de in art. 7.1 en 7.2 van de SPA bedoelde vorderingen van Renovema en High Seas op DAE respectievelijk BBPM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d01cfe6213c070b4bc2d971f6e9a4797ea409422672d4d214fc11e27dd8e9abd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d01cfe6213c070b4bc2d971f6e9a4797ea409422672d4d214fc11e27dd8e9abd, en de alinea staat in dat document op bytes 35637 tot 36418.