Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 3.5.2 Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1434.

Ook deze klacht slaagt. Zonder nadere motivering valt niet in te zien dat de omstandigheid dat [verzoeker] mogelijk een eigen belang of baat erbij had dat de in art. 7.1 en 7.2 van de SPA bedongen betalingen uiteindelijk ten goede zouden komen aan Renovema en High Seas, relevant is bij de beantwoording van de vraag of [verzoeker] art. 4 van de Achterstellingsovereenkomst heeft geschonden. Laatstgenoemde bepaling ziet blijkens haar tekst immers slechts op de vorderingen van [verzoeker] en BBPM op DAE zoals gespecificeerd in de hiervoor in 3.1 onder (i) genoemde kredietovereenkomst (“kredietbrief”) van 7 september 2010, en niet op vorderingen van Renovema en High Seas op DAE en BBPM. Daarbij is van belang dat het hof niet heeft vastgesteld dat de eventuele voldoening van de vorderingen van Renovema en High Seas op DAE en BBPM ertoe zou leiden dat de vorderingen van [verzoeker] en BBPM op DAE in strijd met art. 4 van de Achterstellingsovereenkomst zouden worden voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d01cfe6213c070b4bc2d971f6e9a4797ea409422672d4d214fc11e27dd8e9abd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d01cfe6213c070b4bc2d971f6e9a4797ea409422672d4d214fc11e27dd8e9abd, en de alinea staat in dat document op bytes 36509 tot 37507.