Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 3.3.2 Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1438.

“Kunnen partijen het over de lijn waarlangs de grenstekens moeten worden gesteld, niet eens worden, dan moet de rechter beslissen. Als een van de partijen kan bewijzen waar de grens loopt, kan hij een bindende beslissing van de rechter uitlokken, hetzij door de grensstrook als zijn eigendom op te vorderen, hetzij door een declaratoir vonnis over de eigendom der grensstrook te vragen. Langs deze weg kan echter een bindende beslissing niet worden verkregen, indien geen van beide partijen in staat is te bewijzen waar de grens loopt. Artikel [5:47] vult daarom de regeling van artikel 678 B.W. aan, door (…) aan de eigenaars van aan elkaar grenzende erven een bijzondere vordering toe te kennen, daartoe strekkende, dat een omtrent de loop der grens bestaande onzekerheid zal worden opgeheven.” (T.M., Parl. Gesch. Boek 5, p. 195)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60b4f2d5260b43a3c0674601b1060efa3376ddcea76d68c1adea33e6727cf27a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60b4f2d5260b43a3c0674601b1060efa3376ddcea76d68c1adea33e6727cf27a, en de alinea staat in dat document op bytes 18392 tot 19243.