Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016
Onder 3.8.2 Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1441.
Teneinde de ingevolge art. 6:210 lid 2 BW te vergoeden waarde van de prestatie van de Gemeente te bepalen, moet onderzocht worden of, en zo ja, in hoeverre, de exploitatieverordening een grondslag biedt voor het bedingen door de Gemeente van een tegenprestatie voor de door haar aan te brengen voorzieningen van openbaar nut. Daarnaast vloeit uit art. 6:210 lid 2 BW voort dat de vordering van de Gemeente in ieder geval niet toewijsbaar is tot een hoger bedrag dan de marktwaarde van haar prestatie ten tijde van de ontvangst daarvan en dat de toewijsbaarheid van de vordering dus ook in zoverre begrensd is. Indien de Gemeente een exploitatievergoeding heeft bedongen zonder toereikende basis in de toepasselijke exploitatieverordening, kan de Gemeente dus slechts aanspraak maken op het laagste van de bedragen die voortvloeien uit respectievelijk de toepassing van de exploitatieverordening en de marktwaarde. Het is aan de Gemeente om in het kader van een vordering op de voet van art. 6:210 lid 2 BW de waarde van haar prestatie aannemelijk te maken. Zij dient haar vordering zodanig toe te lichten en te onderbouwen dat het voor de wederpartij redelijkerwijs mogelijk is daartegen verweer te voeren. De Gemeente dient daarom – met het oog op de vraag in hoeverre de exploitatieverordening een grondslag biedt voor het bedingen van een tegenprestatie voor de door haar verrichte prestatie – te stellen en met bescheiden te onderbouwen welke voorzieningen van openbaar nut specifiek met betrekking tot het desbetreffende perceel zijn getroffen, en welke kosten daaraan voor haar waren verbonden. In een geval waarin de Gemeente de gemiddelde kosten per vierkante meter van de door haar verrichte prestatie heeft berekend met betrekking tot een gebied waarvan het perceel van de wederpartij deel uitmaakt, is daartoe in de regel onvoldoende dat de Gemeente gegevens in het geding brengt waaruit die kosten met betrekking tot dat hele gebied blijken. Daarnaast dient de Gemeente – met het oog op de in het kader van art. 6:210 lid 2 BW te beantwoorden vraag in hoeverre haar wederpartij verrijkt is door haar prestatie – aanknopingspunten te verschaffen aan de hand waarvan kan worden beoordeeld of zij aldus een bedrag vordert dat niet hoger is dan het bedrag van de marktwaarde die de prestatie voor het betrokken perceel heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3f150b7107b009a9e9dca45282368f99828fb48d453abc178b5eced884358a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3f150b7107b009a9e9dca45282368f99828fb48d453abc178b5eced884358a0, en de alinea staat in dat document op bytes 17059 tot 19414.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3f150b7107b009a9e9dca45282368f99828fb48d453abc178b5eced884358a0 | shasum -a 256