Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.2.2. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1453.
In de nacht van 21 op 22 oktober 2013 weet ik dat [verdachte] bij mij heeft geslapen. Het kenteken van mijn auto is [CC-00-CC] of [...] op het einde. Het merk is Daihatsu Charade. U vraagt mij of mijn auto een grote auto is. Nee, het is een kleine auto. U laat mij de foto op pagina 299 zien. U houdt mij voor dat op die foto [...] in het kenteken is te zien, dit is mijn auto. U houdt mij voor dat ik op 22 oktober 2013 om 11.05 uur in het politiebureau in Sittard ben geweest om aangifte te doen van de diefstal van de kentekenplaten. U vraagt mij hoe ik merkte dat de kentekenplaten weg waren. Op 22 oktober 2013 kwam [verdachte] met een auto, hun veegde de binnenkant van de auto uit. [verdachte] was met de auto bezig, [betrokkene 2] liep later weg. U vraagt mij wie ik bedoeld met "hun"? Ik bedoel daarmee [verdachte] en [betrokkene 2] , maar alleen [verdachte] veegde de auto schoon. Het ging om de bijrijders portier en het achterportier. U vraagt mij hoe laat dat was. Dat weet ik niet meer, tussen 9.00 uur en half 11. Nadat [verdachte] het tegen me had gezegd dat de kentekenplaten weg waren, ben ik aangifte gaan doen. Ik ben buiten gaan kijken bij de auto. Hij was op dat moment de bijrijdersportieren de achterportier aan het afvegen. Het betreft de binnenkant van de portieren. Het hele stuk waar je arm op leunt. U vraagt mij of hij een poetser is. Nee, dat was hij niet. Ik ben met de auto naar het politiebureau gereden, [verdachte] en [betrokkene 2] liepen van het terrein van de manege af. U houdt mij voor dat ik bij de politie heb verklaard dat ik de tas herkende door de rafelige hengsels. Ik heb die tas eerder die dag gezien. Ik herkende hem inderdaad aan de hengsels. [verdachte] liep met die tas het veld in. Ik heb de tas alleen zien staan. Hij kwam er mee naar binnen, hij heeft de tas op de eetkamertafel gezet. Dat was op de ochtend dat ik ook aangifte heb gedaan van de diefstal van mijn kentekenplaten. Toen ik wegreed om aangifte te gaan doen en [verdachte] en [betrokkene 2] zag, had [verdachte] de tas in zijn hand. U vraagt mij waarom ik aangifte ben gaan doen [het hof begrijpt: van diefstal van de kentekenplaten van de auto van de getuige]. [verdachte] zei dat ik aangifte moest gaan doen. U vraagt mij hoe ik weet dat hij die nacht bij mij sliep. Ik ben de dag erna aangifte gaan doen, daarom weet ik dat hij die nacht bij mij heeft geslapen. Dat heb ik wel onthouden. U, rechter-commissaris, vraagt mij hoe laat hij de wekker heeft gezet. Dat is tussen 5 en 6 uur geweest. U, raadsman, houdt mij voor dat [verdachte] vroeg is opgestaan. Ik weet dat dit zo is, ik weet niet wat in de tussentijd is gebeurd. Mijn auto stond er niet meer toen ik ging wandelen met de hond. Ik ben best vroeg wakker.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfc4ad4900f636a82377d92823691a900738034357cf5f31b5e5618d0b44f863. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfc4ad4900f636a82377d92823691a900738034357cf5f31b5e5618d0b44f863, en de alinea staat in dat document op bytes 27063 tot 29814.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfc4ad4900f636a82377d92823691a900738034357cf5f31b5e5618d0b44f863 | shasum -a 256