Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.2.2. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1453.
Gisterenochtend [hof: 22 oktober 2013] verliet ik mijn woning en zag ik voor de vuilcontainer aan de overkant van de straat een auto staan. Ik ging om 08.15 uur naar buiten. Ik zag een auto staan met de voorzijde in de richting van de bocht van de [c-straat] [het hof begrijpt: te Maastricht] waar ook het fietspad ligt. Ik zag dat er twee mannen in de auto zaten. Een bestuurder en een bijrijder. Toen ik ze zag, zag ik dat ze naar mij keken. Ik zag dat ze vervolgens elkaar aankeken. Ik zag dat de bestuurder uitstapte en de kofferbak opende. Ik zag dat hij een fles cola eruit haalde en die gooide hij weg in de vuilcontainer. Ik zag dat deze man aarzelde. Ik zag namelijk dat het allemaal traag ging en dat hij om zich heen keek. De bijrijder bleef zitten. De bestuurder stapte weer in. Ik denk dat dat ik ze vijf à zes minuten heb gezien. Het is geen doorgaande weg. Het was een kleine donkere auto. Het was een oud model.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfc4ad4900f636a82377d92823691a900738034357cf5f31b5e5618d0b44f863. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfc4ad4900f636a82377d92823691a900738034357cf5f31b5e5618d0b44f863, en de alinea staat in dat document op bytes 35247 tot 36188.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfc4ad4900f636a82377d92823691a900738034357cf5f31b5e5618d0b44f863 | shasum -a 256