Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016
Onder 3.3.2 Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1454.
In de eerste plaats strekt het onderdeel ten betoge dat het hof op niet begrijpelijke gronden heeft geoordeeld dat de stelling van [eiseres 3] dat de Gemeente welbewust de bouwaanvraag in de la heeft laten liggen, buiten beschouwing moet blijven. Deze klacht is gegrond. [eisers] hebben in hun memorie van grieven (onder 20) gesteld dat de daadwerkelijke beslissing uitzonderlijk lang op zich heeft laten wachten, dat de oorzaak daarvan geheel in de risicosfeer van de Gemeente ligt en dat er geen argument te bedenken is op grond waarvan de Gemeente niet eerder op de aanvraag kon beslissen. De bij pleidooi in hoger beroep aangevoerde stelling dat de Gemeente welbewust de bouwaanvraag in de la heeft laten liggen, ligt zozeer in het verlengde van voornoemde bij memorie van grieven aangevoerde stellingen dat zij niet anders kan worden opgevat dan als een toelaatbare precisering van die stellingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8dc2c3aba8d8a70bdeeb175754c859e1810907f4b1aea1a4c02a2a94af5ca88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8dc2c3aba8d8a70bdeeb175754c859e1810907f4b1aea1a4c02a2a94af5ca88, en de alinea staat in dat document op bytes 13985 tot 14901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8dc2c3aba8d8a70bdeeb175754c859e1810907f4b1aea1a4c02a2a94af5ca88 | shasum -a 256