Citaat | Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 3.4.2 Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:147.

Ingevolge eerstgenoemde bepaling kan ter zake van verrichtingen waarvoor de in de art. 237-240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten, zoals verrichtingen ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak, jegens de wederpartij geen vergoeding op grond van art. 6:96 lid 2 BW worden toegekend, maar zijn alleen de regels betreffende proceskosten van toepassing. De regeling van de art. 237-240 Rv derogeert ingevolge art. 6:96 lid 3 BW in verbinding met art. 241 Rv aan art. 6:96 lid 2 BW; zij derogeert eveneens aan het uitgangspunt dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt die hem kan worden toegerekend, verplicht is de schade die de ander dientengevolge lijdt, volledig te vergoeden (HR 17 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1600).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd5538937d0fa792363bbc35adf2a97cd72cb51bc57cd76f5edf698f68b4a615. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd5538937d0fa792363bbc35adf2a97cd72cb51bc57cd76f5edf698f68b4a615, en de alinea staat in dat document op bytes 17163 tot 17954.