Citaat | Hoge Raad 29 januari 2016
Onder 3.4.2 Hoge Raad 29 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:147.
Nu de man niet aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd dat (ook) het procederen zelf als een onrechtmatige daad van de vrouw moet worden aangemerkt, brengt het bovenstaande mee dat de kosten van juridische bijstand voor procedures die de man tegen de vrouw heeft moeten voeren in verband met de uitvoering van het bindend advies, slechts ten laste van de vrouw kunnen worden gebracht binnen de grenzen van de art. 237-240 Rv en dus ook alleen bij de rechterlijke uitspraak in de desbetreffende procedures. Het hof heeft de hiervoor in 3.2.2 onder (d) bedoelde vordering van de man derhalve ten onrechte toegewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd5538937d0fa792363bbc35adf2a97cd72cb51bc57cd76f5edf698f68b4a615. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd5538937d0fa792363bbc35adf2a97cd72cb51bc57cd76f5edf698f68b4a615, en de alinea staat in dat document op bytes 17966 tot 18600.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd5538937d0fa792363bbc35adf2a97cd72cb51bc57cd76f5edf698f68b4a615 | shasum -a 256