Citaat | Hoge Raad 8 juli 2016
Onder 4.1.2 Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483.
Onderdeel 1.a betoogt voorts dat in het bestreden oordeel is miskend dat bij toepassing van art. 6:100 BW uitgangspunt is dat een condicio sine qua non-verband moet bestaan tussen het voordeel en de onrechtmatige handeling, en dat de toerekening van het voordeel redelijk moet zijn. Onderdeel 1.b betoogt voorts dat bij verrekening van een voordeel met een nadeel in ieder geval van belang is (i) of er een direct causaal verband is tussen de prijsopslag en de doorberekening, (ii) op welk moment eventuele doorberekening plaatsvindt, (iii) de (on)mogelijkheid voor volgende schakels in de keten hun schade op de kartellist te verhalen, (iv) de mate waarin toekenning van schadevergoeding aan volgende schakels in de keten ten goede komt, (v) de mate waarin de schade is versnipperd, (vi) de aard en ernst van de inbreuk op het mededingingsrecht en (vii) de omvang van de schade.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc962882abacd47d7cb69ba6a5c6240019379a03642e0342d0fed7923cbb8af1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc962882abacd47d7cb69ba6a5c6240019379a03642e0342d0fed7923cbb8af1, en de alinea staat in dat document op bytes 16532 tot 17424.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc962882abacd47d7cb69ba6a5c6240019379a03642e0342d0fed7923cbb8af1 | shasum -a 256