Citaat | Hoge Raad 29 januari 2016
Onder 3.3 Hoge Raad 29 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:155.
Het hof heeft, naar de klacht terecht aanvoert, miskend dat het Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven, zesde versie, juli 2015, onder 3.3.1 ten aanzien van de indiening van een verweerschrift in hoger beroep bepaalt, voor zover hier van belang, dat iedere belanghebbende tot de aanvang van de mondelinge behandeling een verweerschrift kan indienen. Deze bepaling stemt overeen met art. 282 lid 1 Rv, dat ingevolge art. 362 Rv ook van toepassing is op de verzoekschriftprocedure in hoger beroep. Indien de rechter van oordeel is dat het verweerschrift te omvangrijk of niet eenvoudig te doorgronden is, kan hij maatregelen treffen om te waarborgen dat de wederpartij voldoende gelegenheid heeft om dat stuk te bestuderen. De beslissing van het hof om geen kennis te nemen van het verweerschrift getuigt dan ook van een onjuiste rechtsopvatting. De klacht is dus gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d75798b6578809b5b44dbe2ac09d76a4a83edaf626b1c0c0680acf53a047b3c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d75798b6578809b5b44dbe2ac09d76a4a83edaf626b1c0c0680acf53a047b3c2, en de alinea staat in dat document op bytes 10648 tot 11589.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d75798b6578809b5b44dbe2ac09d76a4a83edaf626b1c0c0680acf53a047b3c2 | shasum -a 256