Citaat | Hoge Raad 12 januari 2016
Onder 2.3. Hoge Raad 12 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:16.
De wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld en binnen welke termijn dit kan geschieden; die termijnen zijn van openbare orde. Overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep door de verdachte, zoals in het onderhavige geval, betekent in de regel dat deze niet in dat hoger beroep kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend dan niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. Daarbij kan worden gedacht aan binnen de beroepstermijn verstrekte ambtelijke informatie waardoor bij de verdachte de gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat de beroepstermijn op een ander tijdstip aanvangt of aan een zodanige psychische gesteldheid dat in verband daarmee het verzuim tijdig hoger beroep in te stellen niet aan de verdachte kan worden toegerekend (vgl. HR 6 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8587, NJ 2004/181). Uit de met betrekking tot de rechtsgeldigheid van de aanwending van een rechtsmiddel vereiste rechtszekerheid vloeit de noodzaak voort scherpe en vaste grenzen te trekken (vgl. HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:231, NJ 2014/108).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb20c23c46fd180a41cb2076aecbe532ed8195353422cf838d872de822845c0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb20c23c46fd180a41cb2076aecbe532ed8195353422cf838d872de822845c0d, en de alinea staat in dat document op bytes 15128 tot 16395.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb20c23c46fd180a41cb2076aecbe532ed8195353422cf838d872de822845c0d | shasum -a 256