Citaat | Hoge Raad 29 januari 2016
Onder 3.6.2 Hoge Raad 29 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:162.
Anders dan bij het gevaar voor schade dat uitgaat van een verborgen gebrek aan een opstal, is steeds kenbaar dat een dier – als levend wezen – beschikt over onberekenbare eigen energie waarmee het mogelijk schade kan toebrengen. Van de medebezitter die door toedoen van een dier schade lijdt, kan worden gezegd dat hij ook voor zichzelf een gevaar in het leven heeft geroepen of in stand heeft gehouden waarvan hij wordt geacht zich bewust te zijn. Het ligt minder voor de hand dat de norm van art. 6:179 BW ook zou strekken tot bescherming van de benadeelde die als medebezitter bewust bijdraagt tot het scheppen of handhaven van het voor hem kenbare gevaar waartegen deze bepaling bescherming biedt (vgl. HR 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6219, NJ 2008/492).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/856896d029e92409775970e524bfe0e95a7a00fff90a4a9c4adee62b5e54e5fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 856896d029e92409775970e524bfe0e95a7a00fff90a4a9c4adee62b5e54e5fd, en de alinea staat in dat document op bytes 19621 tot 20403.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/856896d029e92409775970e524bfe0e95a7a00fff90a4a9c4adee62b5e54e5fd | shasum -a 256