Citaat | Hoge Raad 2 februari 2016
Onder 2.4. Hoge Raad 2 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:177.
Het klopt dat ik bij mijn verhoor bij de raadsheer-commissaris van 11 december 2013 heb verklaard dat ik onherroepelijk ben veroordeeld voor de overval in Bennebroek op 20 september 2011. U, voorzitter, houdt mij voor dat ik tegenover de politie heb verklaard dat ik de overval met ene [verdachte] heb gepleegd. Bij het verhoor bij de raadsheer-commissaris van 31 maart 2014 zou ik hebben verklaard dat [verdachte] niet [verdachte] is en dat ik de overval niet met hem heb gepleegd. U houdt mij voor dat ik in het verleden wel over [verdachte] heb gesproken. Mijn laatste verklaring is juist. Dat is juist, omdat ik dat zeg. Wat ik tegen de politie zei, zei ik onder druk. Dat leg ik verder niet uit. U, voorzitter, houdt mij voor dat ik als verdachte ook zou hebben verklaard dat ik de overval op de woning in Bennebroek samen met [verdachte] zou hebben gepleegd. U vraagt mij of ik toen ook onder druk stond. Nee, ik stond toen niet onder druk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f3dd3ae9bdd55c6fc252b3cf80078d8fee4b7495488a347af96e94b414d109e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f3dd3ae9bdd55c6fc252b3cf80078d8fee4b7495488a347af96e94b414d109e, en de alinea staat in dat document op bytes 10744 tot 11704.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f3dd3ae9bdd55c6fc252b3cf80078d8fee4b7495488a347af96e94b414d109e | shasum -a 256