Citaat | Hoge Raad 2 februari 2016

Onder 3.4. Hoge Raad 2 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:177.

Het middel steunt - in navolging van het gevoerde verweer - onder meer op de opvatting dat ingeval de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in strijd met het tweede lid van art. 15i Sr niet "onverwijld" is ingediend, zulks dient te leiden tot de niet- ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in die vordering. Die opvatting is evenwel onjuist. De wet verbindt immers geen rechtsgevolg aan de niet-naleving van voormeld voorschrift, terwijl het in middel en verweer bedoelde rechtsgevolg ook niet voortvloeit uit de aard van het desbetreffende voorschrift. Dit laat overigens onverlet dat de rechter, mede gelet op het bepaalde in art. 6 EVRM omtrent de behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn, andere gevolgtrekkingen kan verbinden aan de omstandigheid dat een vordering laat is ingediend. Beslissingen dienaangaande kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden getoetst (vgl. HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2647).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f3dd3ae9bdd55c6fc252b3cf80078d8fee4b7495488a347af96e94b414d109e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f3dd3ae9bdd55c6fc252b3cf80078d8fee4b7495488a347af96e94b414d109e, en de alinea staat in dat document op bytes 20908 tot 21907.