Citaat | Hoge Raad 5 februari 2016
Onder 3.2.2. Hoge Raad 5 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:180.
Het opnemen van het vermogensbestanddeel in het werkzaamheidsvermogen per 1 januari 2001 en de toepassing van Hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AJ, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 moet op één lijn worden gesteld met de verwerving per die datum van een dergelijk vermogensbestanddeel van een derde. Bij verwerving van een onroerende zaak van een derde verplicht goed koopmansgebruik niet ertoe om de waardedruk gebruiksrecht in de resterende jaren van het gebruiksrecht te laten vrijvallen. In een dergelijk geval zal de verlaging van de koopsom door een op de desbetreffende onroerende zaak rustend gebruiksrecht niet eerder dan bij staking van de werkzaamheid of eerdere vervreemding van de onroerende zaak tot een (boek)winst leiden. Dit zou anders zijn als – zoals het geval was in het arrest van de Hoge Raad van 5 september 1979, nr. 19038, BNB 1980/230 - de bruto koopsom zou zijn verrekend met de waarde van een door de verkoper voorbehouden gebruiksrecht. Van dat laatste is in het onderhavige geval geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4be996a8020eca57bca1f27b6d7dc173617ac6d13fb39db2f125d1f56b17ea5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4be996a8020eca57bca1f27b6d7dc173617ac6d13fb39db2f125d1f56b17ea5b, en de alinea staat in dat document op bytes 16817 tot 17871.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4be996a8020eca57bca1f27b6d7dc173617ac6d13fb39db2f125d1f56b17ea5b | shasum -a 256