Citaat | Hoge Raad 12 augustus 2016
Onder 3.4.1 Hoge Raad 12 augustus 2016
Een alinea uit Hoge Raad 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1929.
De Hoge Raad ziet aanleiding onderdeel 1 van het middel in het incidentele beroep, hoewel het voorwaardelijk is ingesteld, eerst te behandelen, omdat het de verste strekking heeft. Het onderdeel betoogt dat art. 49 Rv niet van toepassing is op een betekening aan de ontvanger, ook niet naar analogie. Ten aanzien van de ontvanger kan uitsluitend sprake zijn van een betekening ‘in persoon’, als bedoeld in art. 143 lid 2 Rv, indien de deurwaarder afschrift van zijn exploot laat aan de directeur van de Belastingdienst/CA persoonlijk. Het hof had deze rechtsregel van openbare orde zo nodig ambtshalve moeten toepassen, aldus het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/233bde32889893e0a2916d937963936b59a2d51b920854ab115b08f5da015a76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 233bde32889893e0a2916d937963936b59a2d51b920854ab115b08f5da015a76, en de alinea staat in dat document op bytes 13837 tot 14494.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/233bde32889893e0a2916d937963936b59a2d51b920854ab115b08f5da015a76 | shasum -a 256