Citaat | Hoge Raad 12 augustus 2016
Onder 3.4.2 Hoge Raad 12 augustus 2016
Een alinea uit Hoge Raad 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1929.
De regeling van art. 143 lid 2 Rv is erop gericht dat de veroordeelde daadwerkelijk bekend raakt met het hem veroordelend vonnis. Dit houdt verband met de omstandigheid dat de voorschriften voor betekening van de inleidende dagvaarding (art. 46 e.v. Rv) geen zekerheid bieden dat die dagvaarding de gedaagde daadwerkelijk bereikt. Daarom kan voor de betekening in persoon, als bedoeld in art. 143 lid 2 Rv, niet worden volstaan met overhandiging van een afschrift aan een huisgenoot of andere persoon die zich ter plaatse bevindt(art. 46 lid 1 Rv) of achterlating van een afschrift aan de woonplaats dan wel toezending per post (art. 47 lid 1 Rv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/233bde32889893e0a2916d937963936b59a2d51b920854ab115b08f5da015a76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 233bde32889893e0a2916d937963936b59a2d51b920854ab115b08f5da015a76, en de alinea staat in dat document op bytes 14690 tot 15350.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/233bde32889893e0a2916d937963936b59a2d51b920854ab115b08f5da015a76 | shasum -a 256